Selecteer uw taal

Waarborgen Leven-Beleggingen - de gegevens

De gegevens die de waarborgen van het type Leven-Beleggingen beschrijven

1. Wat is het doel van deze fiche?

Het doel van deze fiche is:

  • Een algemeen overzicht geven van de manier waarop de gegevens met betrekking tot de polissen van het domein 01 “Leven en beleggingen” uitgewisseld worden;
  • Meer in detail beschrijven hoe bepaalde, meer specifieke gevallen uitgewisseld worden;
  • Bepaalde concepten, begrippen of gegevens op een meer formele manier definiëren om een gemeenschappelijke, uniforme en coherente gegevensuitwisseling op sectoraal niveau te vergemakkelijken.

Om deze algemene coherentie tussen alle concepten te bewaren en om discussies, uiteenlopende interpretaties en verwarring te vermijden, en om het wiel niet opnieuw uit te vinden, baseren we ons zoveel mogelijk op officiële teksten in plaats van op een informeel en veranderlijk jargon.

2. Herinnering

Indeling van de verzekeringen:
  • Landverzekeringen
    • Schadeverzekeringen
      • Zaakverzekeringen
      • Aansprakelijkheidsverzekeringen
    • Persoonsverzekeringen
      • Levensverzekeringen
      • Andere
    • Ziekteverzekeringen
    • Ongevallenverzekeringen
  • Zeeverzekeringen
  • Verzekeringen betreffende het vervoer over land, rivieren en kanalen

Bron: Nieuwe wet betreffende de verzekeringen.

De levensverzekeringen
Wet op de landverzekeringsovereenkomst:

Persoonsverzekeringen waarbij het zich voordoen van het verzekerde voorval alleen afhankelijk is van de menselijke levensduur. Die verzekeringen zijn uitsluitend verzekeringen tot uitkering van een vast bedrag (namelijk dat de prestatie van de verzekeraar niet afhankelijk is van de omvang van de schade). (Wet op de landverzekeringsovereenkomst van 25 juni 1992, art. 97)

FSMA:

De term “levensverzekering” is de verzamelnaam voor alle verzekeringen die te maken hebben met het leven of de dood van een persoon. (FSMA, “Levensverzekering”, www.fsma.be/nl/levensverzekering geraadpleegd op 1 april 2025.)

Nieuwe wet betreffende de verzekeringen:

Art. 160

Alle persoonsverzekeringen waarbij het zich voordoen van het verzekerde voorval alleen afhankelijk is van de menselijke levensduur, zelfs indien de partijen de wederzijdse prestaties hebben geëvalueerd zonder rekening te houden met de voorvalswetten. Die verzekeringen worden geacht uitsluitend te zijn gericht op de uitkering van een vast bedrag (namelijk dat de prestatie van de verzekeraar niet afhankelijk is van de omvang van de schade).

Art. 5, punt 12°

Alle verrichtingen met betrekking tot de risico's die behoren tot de groep van activiteiten "leven" zoals bepaald in bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen, dan wel tot de levensverzekeringstakken zoals bepaald in bijlage I bij de Richtlijn 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende levensverzekering, of in bijlage II bij de Richtlijn 2009/138/EG.

Rechtsleer:

Een levensverzekering is een overeenkomst waarbij de verzekeraar zich ertoe verbindt om, tegen betaling van een of meer premies door de verzekeringnemer, aan deze laatste of aan een door hem aangewezen persoon een bepaald bedrag uit te keren op voorwaarde dat de verzekerde op de vervaldag overlijdt of in leven is.

Bron: Claire Vloebergh, “Assurance Vie - Aspects techniques Partie 1”, Brussel, Opleidingscentrum “Insert”, 2015 (vrije vertaling).

De tak 21-verzekeringen
FSMA:

Levensverzekeringen, niet verbonden met beleggingsfondsen, met uitzondering van bruidsschats- en geboorteverzekeringen.

FSMA, “Indeling van de risico's per groep van activiteit en per tak”, www.fsma.be/nl/indeling-van-de-risicos-groep-van-activiteit-en-tak geraadpleegd op 1 april 2025.

NBB:

De in de punten a), b) en c) opgesomde levensverzekeringen, met uitzondering van die welke tot de takken 22 en 23 behoren:

  1. de "levensverzekering", die de verzekering bij leven, de verzekering bij overlijden, de gemengde verzekering en de levensverzekering met tegenverzekering omvat;
  2. de renteverzekering;
  3. de aanvullende verzekeringen die een aanvulling vormen op een levensverzekering, met name de verzekeringen "lichamelijk letsel, met inbegrip van beroepsarbeidsongeschiktheid", de verzekeringen "overlijden ten gevolge van een ongeval" en de verzekeringen "invaliditeit ten gevolge van een ongeval of ziekte";

NBB, “Indeling van de risico's per groep van activiteit en per tak”, www.nbb.be/nl/financieel-toezicht/prudentieel-toezicht/toezichtsdomeinen/verzekerings-en-19 geraadpleegd op 1 april 2025.

KB Leven:

Behoren tot de in bijlage 1 bij het algemeen reglement bedoelde tak 21: de hieronder bedoelde verrichtingen die niet verbonden zijn met beleggingsfondsen, met uitzondering van de verrichtingen van de in bijlage 1 bij het algemeen reglement bedoelde tak 25;

  1. De verrichtingen van rechtstreekse levensverzekeringen, dit wil zeggen persoonsverzekeringen tot uitkering van een vast bedrag, waarbij het zich voordoen van het verzekerde voorval alleen afhankelijk is van de menselijke levensduur;
  2. De verrichtingen van aanvullende verzekeringen, dit wil zeggen persoonsverzekeringen die betrekking hebben op een bijkomend risico bij de onder 1) bedoelde verrichtingen;
  3. De verrichtingen met betrekking tot het beheer, voor eigen rekening, van collectieve pensioenfondsen, dit wil zeggen de verrichtingen die voor een verzekeringsonderneming bestaan in het beheer van die fondsen door op de uitgevoerde stortingen de technische grondslagen toe te passen van de verrichtingen bedoeld onder 1), al dan niet verbonden met beleggingsfondsen, of onder 6° (kapitalisatieverrichtingen (tak 26)).

Bron: Koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de levensverzekeringsactiviteit, art. 3, § 1, punt 1°.

De tak 23-verzekeringen
FSMA:

Levens-, bruidsschats- en geboorteverzekeringen verbonden met beleggingsfondsen.

FSMA, “Indeling van de risico's per groep van activiteit en per tak”, www.fsma.be/nl/indeling-van-de-risicos-groep-van-activiteit-en-tak geraadpleegd op 1 april 2025.

NBB:

De levensverzekeringen als bedoeld in tak 21, a) en b), die verbonden zijn met beleggingsfondsen.

NBB, “Indeling van de risico's per groep van activiteit en per tak”, www.nbb.be/nl/financieel-toezicht/prudentieel-toezicht/toezichtsdomeinen/verzekerings-en-19 geraadpleegd op 1 april 2025.

KB Leven:

Behoren tot de in bijlage 1 bij het algemeen reglement bedoelde tak 23: de hieronder bedoelde verrichtingen die verbonden zijn met een beleggingsfonds, met uitzondering van de verrichtingen van de in bijlage 1 bij het algemeen reglement bedoelde tak 25;

  1. De verrichtingen van rechtstreekse levensverzekeringen, dit wil zeggen persoonsverzekeringen tot uitkering van een vast bedrag, waarbij het zich voordoen van het verzekerde voorval alleen afhankelijk is van de menselijke levensduur;
  2. De verrichtingen van rechtstreekse bruidsschats- en geboorteverzekeringen, dit wil zeggen persoonsverzekeringen tot uitkering van een vast bedrag, waarbij het zich voordoen van het verzekerde voorval respectievelijk afhangt van het huwelijk van de verzekerde en van de geboorte van een kind;
  3. De verrichtingen van aanvullende verzekeringen, dit wil zeggen persoonsverzekeringen die betrekking hebben op een bijkomend risico bij de onder 1) en 2) bedoelde verrichtingen;
  4. De verrichtingen met betrekking tot het beheer, voor eigen rekening, van collectieve pensioenfondsen, dit wil zeggen de verrichtingen die voor een verzekeringsonderneming bestaan in het beheer van die fondsen door op de uitgevoerde stortingen de technische grondslagen toe te passen van de verrichtingen bedoeld onder 1), al dan niet verbonden met beleggingsfondsen, of onder 6° (kapitalisatieverrichtingen (tak 26)).

Bron: Koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de levensverzekeringsactiviteit, art. 3, § 2.

Brocom:

De Unit Linked-verzekering is de nieuwste soort levensverzekering op de markt. Het levensverzekeringscontract vermeldt geen kapitalen of projecties op de eindvervaldag meer. De premie wordt immers omgezet in eenheden of fracties van eenheden van een of meerdere fondsen die de verzekeringsmaatschappij aanbiedt. Om de waarde van het contract te kennen, volstaat het om het aantal eenheden te vermenigvuldigen met de inventariswaarde van het fonds. De waarde van het fonds varieert in functie van de waarde van de effecten die in het fonds zijn opgenomen. Dit type verzekering houdt geen enkele resultaatsverbintenis in.

De netto meerwaarde van het fonds komt voor 100% toe aan de verzekeringnemer. Iedere verzekeraar (fondsbeheerder) zal zich inspannen om de beste resultaten te behalen. Daarom spreekt men van een middelenverbintenis.

Brocom, “De Unit Linked-verzekering”, www.makelaarinverzekeringen.be/verzekeringen/beleggingen-en-pensioen/pensioensparen/unit-linked-verzekeringen geraadpleegd op 1 april 2025.

3. Indeling van de levensverzekeringen (groep van activiteiten leven) per doelstelling:

  • Spaarverzekeringen [1] - Verzekeringen die niet verbonden zijn met beleggingsfondsen
    • Tak 21-verzekeringen (Gewaarborgd rendement)
      • Met constante jaarpremies (premies met toekomstige garantie) - Klassiek leven
        • Met Uitgesteld Kapitaal Zonder Terugbetaling van de premies (UKZT) of Uitgesteld Kapitaal Zonder Tegenverzekering = Zuiver leven (zonder waarborg bij overlijden)
        • Met Uitgesteld Kapitaal Met Terugbetaling van de premies (UKMT) of Uitgesteld Kapitaal Met Tegenverzekering
        • Met Uitgesteld Kapitaal Met terugbetaling van het Spaartegoed (UKMS) of Uitgesteld Kapitaal Met tegenverzekering van de Reserve (UKMR)
        • Gemengde verzekeringen (kapitaal bij leven en bij overlijden)
      • Met opeenvolgende eenmalige premies (premies zonder toekomstige garantie) - Banktechniek - Universal Life
    • Bruidsschats- en geboorteverzekeringen niet verbonden met beleggingsfondsen (tak 22)
      • Met gewaarborgd kapitaal (klassiek leven)
      • Met vrije stortingen (Universal Life)
    • Kapitalisatieverrichtingen (tak 26)
  • Beleggingsverzekeringen [2] - Verzekeringen die verbonden zijn met beleggingsfondsen (Unit Linked)
    • Verzekeringen die uitsluitend verbonden zijn met beleggingsfondsen
    • Combinaties van beleggings- en spaarverzekeringen
    • Bruidsschats- en geboorteverzekeringen verbonden met beleggingsfondsen
    • Zogenaamde “tak 44”-verzekeringen (tak 23 + tak 21)
    • Rechtstreekse levensverzekeringen (verzekeringen bij leven, verzekeringen bij overlijden, gemengde verzekeringen) verbonden met beleggingsfondsen
    • Collectieve pensioenfondsen voor eigen rekening verbonden met beleggingsfondsen.
  • Andere
    • Voorzorgs-/beschermingsverzekeringen (niet verbonden met beleggingsfondsen) zoals de zuivere overlijdensverzekeringen (zonder waarborg/kapitaal bij leven)
    • “Permanent health insurance” (tak 24)
    • Tontineverrichtingen (tak 25)
    • Verrichtingen van beheer van collectieve pensioenfondsen (tak 27)
    • Tak 28
    • Tak 29

[1] Nieuwe wet betreffende de verzekeringen, Art. 5, 16° /2: "spaarverzekering": een verzekeringsovereenkomst die:

  1. behoort tot de takken 21, 22 of 26 van de groep van activiteiten "leven" van bijlage II bij de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen en die een spaarcomponent omvat; of
  2. een combinatie vormt van verschillende onder a) bedoelde overeenkomsten.

In het kader van deze definitie vormt de spaarcomponent een doorslaggevend element voor de kwalificatie van een overeenkomst als spaarverzekering. Levensverzekeringsovereenkomsten die, hoewel ze tot de takken 21, 22 of 26 behoren, geen spaarcomponent omvatten, zoals bijvoorbeeld de schuldsaldoverzekeringen of de uitvaartverzekeringen, zijn dan ook uitgesloten van deze definitie en worden behandeld als andere verzekeringen dan spaar- of beleggingsverzekeringen. (KB van 21 februari 2014 over de regels voor de toepassing van de artikelen 27 tot 28bis van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten op de verzekeringssector, punt II.).

[2] Nieuwe wet betreffende de verzekeringen, Art. 5, 16° /3: "beleggingsverzekering": een verzekeringsovereenkomst die:

  1. behoort tot tak 23 van de groep van activiteiten "leven" van bijlage II bij de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen; of
  2. een combinatie vormt van een of meer verzekeringsovereenkomsten als bedoeld onder 16° /2, a), en een of meer verzekeringsovereenkomsten als bedoeld onder a), of een combinatie van verschillende verzekeringsovereenkomsten als bedoeld onder a).

4. Klassieke levensverzekeringen

Historisch gezien waren er eerst de takken 21 “Levensverzekeringen” en 22 “Bruidsschats- en geboorteverzekeringen”.

Men spreekt van “Klassiek leven” voor de contracten waarbij het kapitaal en de premie gekend zijn op het ogenblik dat het contract wordt opgemaakt.
Merk op dat het begrip “Klassiek leven” zowel de waarborgen bij leven als de waarborgen bij overlijden omvat.

“Klassiek leven” is gebaseerd op een actuariële berekening met:

  • twee essentiële elementen, gemeenschappelijk aan elke waarborg:
    • een sterftetafel en
    • een gewaarborgde rentevoet (PCD+057/GuaranteedInterestRateLifePercentage);
  • en twee essentiële elementen, eigen aan elke specifieke waarborg:
    • een onderschreven kapitaal en
    • de leeftijd van de verzekerde persoon op het ogenblik van de onderschrijving.

Overzichtstabel van de polistypes, risico-objecten en waarborgen te gebruiken voor de uitwisseling van de gegevens met betrekking tot de klassieke levensverzekeringscontracten 

Klassiek leven Polistype ROD Hoofdwaarborgen Aanvullende waarborgen
Verzekering Tak TB2 Verzekering TB2
Zuivere levensverzekeringen (zonder tegenverzekering)
Individueel 110 030 1 leven Tak 21 1 ICD+100 AVRI, AVRO, AVRH, Afhankelijkheid, AV Familiale, Jongeren bijkomende ICD+135/136/137/139/141, ICD+132/142, ICD+133, ICD+143, ICD+134, ICD+144
Collectief 150 044 1 leven Tak 21 1 ICD+100 AVRI, AVRO, AVRH ICD+135/136/137/139/141, ICD+132/142, ICD+133
Levensverzekeringen met tegenverzekering
Individueel 110 030 1 leven Tak 21 1 ICD+100 met BIN+1206 en MOA+026 AVRI, AVRO, AVRH, Afhankelijkheid, AV Familiale, Jongeren bijkomende ICD+135/136/137/139/141, ICD+132/142, ICD+133, ICD+143, ICD+134, ICD+144
Collectief 150 044 1 leven Tak 21 1 ICD+100 met BIN+1206 en MOA+026 AVRI, AVRO, AVRH ICD+135/136/137/139/141, ICD+132/142, ICD+133
Zuivere overlijdensverzekeringen
Levenslang
Uitvaart 110 030 1 overlijden Tak 21 1 ICD+122 - -
Andere 110 030 1 overlijden Tak 21 1 ICD+123 AVRO ICD+132/142
Tijdelijke overlijdensverzekering met constant kapitaal
Schuldsaldo 110 030 1 overlijden Tak 21 1 ICD+121 met ATT+1222=1    
Andere 110 030 1 overlijden Tak 21 Niet gedifinieerd in de norm AVRO ICD+132/142
Tijdelijke overlijdensverzekering met afnemend kapitaal (constante premies)
Schuldsaldo 110 030 1 overlijden Tak 21 1 ICD+121 met ATT+1222=2 - -
Andere 110 030 1 overlijden Tak 21 Niet gedifinieerd in de norm AVRO ICD+132/142
Gemengde levensverzekeringen
Individueel 110 030 1 leven + 1 overlijden Tak 21 1 ICD+110 AVRI, AVRO, AVRH, Afhankelijkheid, AV Familiale, Jongeren bijkomende ICD+135/136/137/139/141, ICD+132/142, ICD+133, ICD+143, ICD+134, ICD+144
Collectief 150 044 1 leven + 1 overlijden Tak 21 1 ICD+110 AVRI, AVRO, AVRH ICD+135/136/137/139/141, ICD+132/142, ICD+133
Bruidsschatsverzekeringen (met vast kapitaal) 130 030 1 bruidsschat Tak 22 1 ICD+124 met ATT+1014=1 - -
Geboorteverzekeringen (met vast kapitaal) 130 030 1 geboorte Tak 22 Niet gedifinieerd in de norm - -

Een waarborg “Leven” dekt aldus:

  • een kapitaal leven (MOA+023/LifeBenefitAmount) te betalen op het einde van het contract / van de waarborg (DTM+138/ExpiryDate)
    (de DTM+027 “uitkeringsdatum kapitaal leven” stelt diezelfde datum meer expliciet voor).
    • een "elementaire/zuivere" waarborg leven is aldus een "Uitgesteld Kapitaal Zonder Terugbetaling" (UKZT) - bij overlijden zijn alle gestorte premies verloren;
      (BIN+1206+2 = Overlijdenskapitaal berekend in functie van de gestorte premies - Neen)
    • bij een waarborg "Uitgesteld Kapitaal Met Terugbetaling" zijn de premies niet verloren, met of zonder intresten (UKMS of UKMT).
      (BIN+1206+1 = Overlijdenskapitaal berekend in functie van de gestorte premies - Ja)
  • of dekt een MOA+180 “jaarlijkse rente”:
    • In een “lijfrente”, uit te keren tot aan het overlijden;
    • In een “tijdelijke rente”, uit te keren tot aan het einde van het contract / van de waarborg (DTM+138).

Zo een rente kan evolueren op basis van een PCD+070 “Jaarlijks stijgingspercentage van de rente”

Die MOA+180 = de werkelijke rente, zoals gedefinieerd: voorzien door de voorwaarden van het contract / van de waarborg.
De MOA+224 = een theoretische rente, een door de FSMA verplichte herberekening naar een lijfrente, van de echte/werkelijke prestatie bij leven (MOA+023).

De BIN+1625 = de rente (MOA+180) is overdraagbaar op een tweede hoofd = de partner.
(Maar let op de nuances: een “rente op twee hoofden” is één ding; de omzetting van het kapitaal leven (op één hoofd) naar een rente, hetzij op één hoofd, hetzij op twee hoofden, is een ander ding - deze twee begrippen zijn niet strikt/rechtstreeks met elkaar verbonden.)

Een waarborg “overlijden” dekt een MOA+026 “kapitaal overlijden”:

  • In een “levenslange” op het ogenblik van het overlijden;
  • In een “tijdelijke” op het ogenblik van het overlijden vóór het einde van het contract / van de waarborg;
    • In een “schuldsaldoverzekering” volgt dat kapitaal de evolutie van het saldo van de lening.
      (Maar zo een “tijdelijke overlijdensverzekering met afnemend kapitaal” wordt niet noodzakelijk in het kader van een lening onderschreven.)
      Die evolutie is functie van:
      • Constante annuïteiten of constante aflossingen (de ATT+1222 “type schuldsaldo”)
      • De PCD+008 “intrestvoet schuldsaldo”
      • De duur van de lening (de aanvangsdatum (DTM+008) en de einddatum van de waarborg (DTM+138))

      De betalingswijze kan zijn:
      • Eenmalige premie bij het begin van het contract die de hele periode van de lening dekt
      • Jaarpremies gedurende de looptijd van de lening
      • Jaarpremies gedurende een periode korter dan die van de lening (in principe gedurende twee derde van de verzekerde periode).
        De DTM+028 (Datum laatste premie) wordt dan gebruikt om de datum aan te geven vanaf wanneer er geen premie meer moet worden opgevraagd. (Eens die datum verstreken, blijft de DTM+028 bijgevolg ongewijzigd). (Bij de 2 andere betalingswijzen is de DTM+028 niet van toepassing en dus niet meegegeven).

(Definitie van de waarborg 121: Tijdelijke verzekering (waarborg) overlijden met afnemend kapitaal - heel vaak (maar niet noodzakelijk) ter dekking van het aan de schuldeiser verschuldigde saldo.)

De MOA+186 “waarde van de reserve” komt in principe in elk van deze varianten voor, en is het resultaat van de actuariële berekeningen.

  • Voor een kapitaal “bij leven” worden de premies gecumuleerd, inclusief een effect van samengestelde intrest en inclusief een effect van de sterftetafel. Zo een reserve zal geleidelijk aangroeien om uiteindelijk het kapitaal te bereiken dat op het voorziene ogenblik moet worden uitgekeerd.
  • Een jaarlijkse rente wordt vaak aangekocht met een eenmalige premie die dan de reserve vormt waaruit de bedragen van de jaarlijkse rente worden geput. Het effect van de samengestelde intrest en van de sterftetafel beïnvloeden dat reservebedrag in de tijd. In het geval van periodieke premies blijft het actuariële principe hetzelfde, maar is het complexer.
  • Voor een kapitaal “bij overlijden”, waarbij het premiebedrag een constante is terwijl het sterfterisico toeneemt in de tijd, bevatten de premies van de eerste jaren een surplus dat gereserveerd wordt voor de komende jaren. Opnieuw zijn de actuariële principes complex.
  • De DTM+149 “datum waardering reserve” verduidelijkt hoe zo een MOA+186 moet worden begrepen.

Die “waarde van de reserve” is de basis van de “afkoopwaarde” (MOA+223 op het niveau van de ICD+…); de opzegging van het contract verleent de verzekeringnemer een recht op die reserve(s), maar tegen de prijs (kosten) zoals bepaald in het contract (MOA+089 “afkoopwaarde van het contract op het einde van het vorige jaar”).

Die “waarde van de reserve” is ook de basis voor de toekenning van de (jaarlijkse) “winstdeelname”. In het geval dat de verzekeraar, op het grote totaal van zijn reserves in portefeuille, financiële winsten realiseert die de actuarieel berekende behoeften overstijgen, kent hij (een deel van) dat surplus toe aan de reserve van de verschillende contracten-waarborgen.

  • De MOA+025 “Winstdeelname leven bedrag van het jaar” werd zo opgeteld bij de MOA+024 “Verworven winstdeelname leven”.
  • De MOA+028 “Winstdeelname overlijden bedrag van het jaar” werd zo opgeteld bij de MOA+027 “Verworven winstdeelname overlijden”.
    • Een alternatief is dat het MOA+026 “kapitaal overlijden” verhoogd wordt met het PCD+041 “percentage winstdeelname (overlijden)”.
      (PCD+041 definitie: Het kapitaal overlijden (MOA+026) verhoogt voor één jaar met dit percentage (het jaar volgend op het jaar waaruit de als winstdeelname aangeboden winst voortvloeit).

De “perequatie” is een techniek van indexatie van het hele contract; premies en prestaties. In klassiek leven wordt ze uitdrukkelijk vastgelegd via een bijvoegsel aan het contract (niet in Universal Life en Unit Linked).

  • De MOA+093 “Wijziging van het kapitaal leven” drukt het verschil uit tussen dat kapitaal in de stadia n en n-1 (tussen de huidige situatie en de vorige situatie).
  • De MOA+094 “Wijziging van het kapitaal overlijden” drukt het verschil uit tussen dat kapitaal in de stadia n en n-1 (tussen de huidige situatie en de vorige situatie).

Een contract / een waarborg leven/overlijden:

  • Heeft een vaste duur, niet stilzwijgend hernieuwbaar;
    De ATT+A003 “status van de polis” = 6 “lopend tot” met de DTM+138 “afloopdatum” die deze einddatum aangeeft.
  • Maar kan ook van het type “levenslang” zijn;
    En dus zonder DTM+138 “afloopdatum” en dan met de ATT+A003 “status van de polis” = 1 “lopend”.
    In de meeste gevallen heeft de periode van premiebetaling toch een vaste einddatum; de DTM+028 “Datum laatste premie”.

De "horizontale garantie" ... :

In “klassiek leven” is de “gewaarborgde rentevoet” (PCD+057) lange tijd vastgelegd gebleven op 4,75%. Daarna werd die rentevoet geleidelijk op andere percentages vastgelegd (4,25 / 3,75 / 3,50 / 3,25 / …).

Daarbij werd eerst een zogenaamde “horizontale” aanpak of redenering gevolgd.

De gestorte premie blijft genieten van die “gewaarborgde rentevoet” zoals voorzien in het contract en voor de duur van het contract.

Op het ogenblik dat die rentevoet wijzigt (daalt), moeten die andere/nieuwe premies worden afgezonderd in een nieuwe reserve, opgebouwd met het oog op de prestaties te leveren op basis van dat (om zo te zeggen "nieuwe") contract.

De waarborg wordt zo opgedeeld in verschillende lagen (waarborgen) die zich opstapelen, elk met hun eigen bedragen / percentages / data…

Vandaar dat begrip “horizontaliteit”.

Ons structureel aanbod met waarborgen (ICD+…) en sub-waarborgen (ISD+…) laat zo een voorstelling toe.
Dus één waarborg voor elk van de horizontale lagen.

Een ATT+1009 “rendementsgarantie” laat toe dit uit te drukken:

  • 1 “Horizontale methode”
    De horizontale methode houdt in dat de nieuwe rentevoet enkel wordt toegepast op de bijdragen die na de wijziging worden gestort. De in het verleden gestorte bijdragen blijven genieten van de rentevoeten die van toepassing waren op het ogenblik van de stortingen. Zo worden verschillende bijdragen tegen verschillende rentevoeten gekapitaliseerd.
  • 2 “Verticale methode”
    Bij de verticale methode wordt de nieuwe rentevoet niet enkel toegepast op de bijdragen die na de wijziging worden gestort; hij wordt ook toegepast voor de verdere kapitalisatie van de bijdragen die voordien werden gestort. De werking van de verticale methode kan vergeleken worden met die van een bankrekening. Bij een wijziging van de rentevoet geldt de nieuwe rentevoet voor alles wat op de rekening staat.

Het documenteren van deze verticale blokken door middel van afzonderlijke waarborgen biedt weinig toegevoegde waarde/informatie en is dus niet echt nodig.

5. Universal Life-verzekeringen (Universal Life):

In “leven”, in de takken 21 “Levensverzekeringen” en 22 “Bruidsschats- en geboorteverzekeringen”, wordt sinds de jaren +/-1990 ook een variant toegepast die men “Universal Life” (Universal Life) noemt.

De “Universal Life”-verzekeringen (Universal Life) zijn spaarverzekeringen van tak 21 (spaarproduct in de vorm van een levensverzekeringscontract) waarbij de verzekeraar zich in het contract niet verbindt tot een bepaald rendement (Je stort zoveel je wil en wanneer je wil. Je weet dan ook niet wat je op de eindvervaldag terugkrijgt: alles hangt af van hoeveel je stort, van de rentevoeten op die stortingen en van de winstdeelnemingen.). (Wikifin (programma voor financiële educatie van de FSMA), “Beleggen in een tak 21-levensverzekering, “Wat is een tak 21 Universal Life verzekering?”, www.wikifin.be/nl/sparen-en-beleggen/beleggingsproducten/verzekeringsproducten/levensverzekering-tak-21/beleggen-een geraadpleegd op 1 april 2025.)

De “Universal Life”-contracten (Universal Life) zijn de contracten waarbij het actuariële kader is opgesteld/gekend, maar waarbij de premiebetaling tot de vrijheid van de klant behoort, met als gevolg dat het exacte/specifieke kapitaal niet meer gekend is op het ogenblik dat het contract wordt opgemaakt.
Het gaat in essentie om spaarinstrumenten.

  • Het enige betekenisvolle element blijft in die omstandigheden de MOA+186 “waarde van de reserve”;
    • Meegedeeld in het bijvoegsel aan het contract met zijn DTM+008 “aanvangsdatum”;
    • De betaling door en op initiatief van de klant gebeurt hoofdzakelijk rechtstreeks aan de verzekeraar.
      Die verzekeraar zal de tussenpersoon hierover informeren via het bericht “contract – vrije storting”.
      Opnieuw is de MOA+186 “waarde van de reserve” betekenisvol en te begrijpen in functie van de DTM+149 “datum waardering reserve”.
  • De DTM+143 “datum laatste storting” is noodzakelijk aangezien het uitgegeven document een heel recent door de klant betaalde premie zou kunnen kruisen waarmee het document (nog) geen rekening houdt – die DTM+143 helpt een misverstand bij de klant te vermijden.
  • In het geval van geplande vrije stortingen waarvan de planning zou stoppen vóór het einde van het contract, geeft de DTM+028 “datum laatste premie” de datum van die laatste geplande storting. De DTM+028 (Datum laatste premie) wordt dan gebruikt om de datum aan te geven vanaf wanneer er geen vrije storting meer moet worden opgevraagd van het bedrag dat is overeengekomen in de kalender van de geplande stortingen van het contract. (Eens die datum verstreken, blijft de DTM+028 bijgevolg ongewijzigd).

Daar waar in klassiek leven eerst (in een min of meer ver verleden) de “horizontale methode” werd toegepast, zijn de zaken blijven evolueren en wordt onder dit punt nu veel meer de “verticale methode” toegepast, die trouwens beter aangepast is aan het volatiele beurs-/financiële klimaat van deze 21ste eeuw...
En zo verwijdert men zich nog meer van wat een “Klassiek leven tak 21” is.

Merk ook op dat deze “Universal Life”-techniek inzet op het spaarelement; de waarborg bij leven.
Bovendien komt dat spaarelement (en quasi altijd) overeen met een waarborg van het type UKMS in “klassiek leven”. Een "Uitgesteld Kapitaal Met terugbetaling van het Spaartegoed" - bij overlijden worden de gespaarde bedragen terugbetaald.

Voor het risico-element - de waarborg bij overlijden - kan men eventueel (niet in alle gevallen) een (aanvullende) waarborg financieren die tot de sfeer van het “klassiek leven” behoort; met een vaste premie die eventueel uit de reserve van het spaarelement wordt gehaald.

Overlijdenskapitalen:

Bij Universal Life-verzekeringen krijgen de begunstigden, in geval van overlijden van de verzekerde vóór de eindvervaldag, het gespaarde bedrag uitgekeerd. De verzekeringnemer kan bovendien een aanvullend overlijdenskapitaal verzekeren. De verzekeraars kunnen diverse formules aanbieden. Zo kan de klant ervoor kiezen om bij overlijden een vooraf bepaald kapitaal te laten uitkeren, of de reserve van het contract indien deze laatste hoger blijkt te zijn. De premie van de aanvullende overlijdensdekking wordt dan ingehouden op de stortingen van de verzekeringnemer. (Brocom, “Universal life-verzekering”, www.makelaarinverzekeringen.be/verzekeringen/beleggingen-en-pensioen/pensioensparen/universal-life-verzekeringen geraadpleegd op 1 april 2025.)

Tot 2024 schreef de norm het gebruik voor van IxD+100 ((sub-)waarborgen leven) naargelang het gewenste detailniveau, alsook het gebruik van een of meerdere ICD+120 (waarborg overlijden) voor de eventuele aanvullende overlijdensdekkingen. Het totale kapitaal dat bij overlijden wordt uitgekeerd werd zo niet rechtstreeks doorgegeven, maar moest berekend worden in functie van de overlijdenskapitalen, indicatoren en bedragen van winstdeelname (WD) die in de verschillende waarborgen waren opgenomen.

Sinds 2025, om de communicatie te vergemakkelijken van het totale overlijdenskapitaal (winstdeelname (WD) en specifieke overlijdensdekkingen inbegrepen) dat aan de begunstigden zou worden uitgekeerd bij overlijden van de verzekerde, beveelt de werkgroep normalisatie voortaan aan:

  • Het gebruik van één enkele ICD+120 (waarborg overlijden) om het totale overlijdenskapitaal mee te delen, alle takken samen (dus geen ATT+A509/BranchFsmaCodeCode (Waarborg behorend tot de tak) in die ICD+120), alsook de indicatoren van het type overlijdensdekking (BIN+1202 tot 1208) en de bijhorende bedragen.
  • Het gebruik van één enkele ICD+100 (waarborg leven). Om het detail van de stortingen met de bijhorende rentevoet te versturen, wordt gevraagd ISD+100 (sub-waarborgen leven) te gebruiken en niet langer een ICD+100 (waarborg leven) per storting.
  • Geen enkele informatie met betrekking tot de overlijdenskapitalen (MOA+026, BIN+1202 tot 1208,...) meer mee te delen in de IxD+100.

In de waarborg van het type ICD+120 (overlijden):

  • De BIN+1208/PaymentReserveInCaseOfDeathBinary (Uitkering van de reserve bij overlijden)
    is exclusief (kan niet samen met de andere BIN gebruikt worden) en geeft aan dat er geen aanvullend overlijdenskapitaal is. Het is het gespaarde bedrag (MOA+186/ReserveValueAmount (Waarde van de reserve)) dat bij overlijden wordt uitgekeerd.
  • De BIN+1203/SupplementalAmountInCaseOfDeathBinary (Bijkomend bedrag bij overlijden)
    geeft aan dat bij overlijden het MOA+191/SupplementalAmountInCaseOfDeathAmount (Bijkomend bedrag bij overlijden) wordt uitgekeerd bovenop het gespaarde bedrag (MOA+186/ReserveValueAmount (Waarde van de reserve)).
  • De BIN+1202/MinimumAmountInCaseOfDeathBinary (Minimum bedrag bij overlijden)
    geeft aan dat bij overlijden het MOA+238/MinimumAmountInCaseOfDeathAmount (Minimum bedrag bij overlijden) wordt uitgekeerd indien het gespaarde bedrag (MOA+186/ReserveValueAmount (Waarde van de reserve)) lager is dan dit bedrag. Behoudens eventueel bijvoegsel blijven de waarden van de indicator en van het bedrag vast voor de hele duur van de waarborg en wijzigen ze niet in functie van de evolutie van de reserve.
  • De BIN+1205/DeathBenefitDecreasingBinary (Degressief overlijdenskapitaal)
    geeft aan dat bij overlijden een degressief minimumkapitaal wordt uitgekeerd indien het gespaarde bedrag (MOA+186/ReserveValueAmount (Waarde van de reserve)) lager is dan dat minimumkapitaal. Deze dekking laat toe om bij overlijden bijvoorbeeld de terugbetaling van het schuldsaldo van een hypothecair krediet te verzekeren. (Aldus: Overlijdenskapitaal = max (reserve ; schuldsaldo)).
    De waarde van dat degressieve minimum overlijdenskapitaal wordt niet rechtstreeks meegedeeld, maar moet worden geïntegreerd in de berekening van het MOA+026/DeathBenefitAmount (Overlijdenskapitaal).
  • De BIN+1206/DeathBenefitCalculatedBinary (Overlijdenskapitaal berekend in functie van de gestorte premies)
    geeft aan dat bij overlijden een minimumkapitaal berekend in functie van de gestorte premies wordt uitgekeerd indien het gespaarde bedrag (MOA+186/ReserveValueAmount (Waarde van de reserve)) lager is dan dat minimumkapitaal. Bijvoorbeeld een minimum overlijdenskapitaal ter waarde van 130 % van de in tak 21 gestorte premies, om te kunnen voldoen aan de voorwaarden voor een vrijstelling van de roerende voorheffing verschuldigd op het kapitaal leven of de afkoopwaarde. Of nog een overlijdenskapitaal van 100 of 90 % van de in tak 23 belegde nettopremies om de aan tak 23 inherente risico's te beperken.
    De waarde van dat in functie van de gestorte premies berekende overlijdenskapitaal wordt niet rechtstreeks meegedeeld, maar moet worden geïntegreerd in de berekening van het MOA+026/DeathBenefitAmount (Overlijdenskapitaal).
  • De BIN+1207/DeathBenefitDefinedDifferentlyBinary (Overlijdenskapitaal anders bepaald)
    geeft aan dat bij overlijden een nog anders berekend minimumkapitaal wordt uitgekeerd indien het gespaarde bedrag (MOA+186/ReserveValueAmount (Waarde van de reserve)) lager is dan dat minimumkapitaal.
    De waarde van dat anders berekende overlijdenskapitaal wordt niet rechtstreeks meegedeeld, maar moet worden geïntegreerd in de berekening van het MOA+026/DeathBenefitAmount (Overlijdenskapitaal).
  • In het geval er een aanvullende overlijdensdekking is die een bijkomend overlijdenskapitaal waarborgt (BIN+1203) EN een aanvullende overlijdensdekking die een minimum overlijdenskapitaal waarborgt (BIN+1202 of 1205 of 1206 of 1207), geeft de BIN+1204/SupplementalAmountAppliedFirstBinary (Bijkomend bedrag eerst toegepast) de volgorde van de bewerkingen aan voor de berekening van het kapitaal bij overlijden:
    • "Ja": het kapitaal bij overlijden = het grootste van “de reserve + het bijkomend bedrag bij overlijden” en het minimum bedrag bij overlijden.
      (Anders gezegd: kapitaal bij overlijden = max ( (reserve + bijkomend bedrag) ; min. bedrag) )
    • "Neen": het kapitaal bij overlijden = het bijkomend bedrag bij overlijden + het grootste van de reserve en het minimum bedrag bij overlijden.
      (Anders gezegd: kapitaal bij overlijden = max (reserve ; min. bedrag) + bijkomend bedrag)
  • Het MOA+026/DeathBenefitAmount (Overlijdenskapitaal)
    is verplicht en stelt het totale kapitaal voor (winstdeelname (WD) en aanvullende overlijdenskapitalen inbegrepen), op de datum waardering reserve (DTM+149/ReserveValuationDate), takken 21 en 23 samen, dat aan de begunstigden zal worden uitgekeerd bij overlijden van de verzekerde.
    N.B.: Aangezien de toe te passen fiscaliteit afhangt van de situatie van elke begunstigde, gaat het hier wel degelijk om een brutobedrag vóór aftrek van diverse kosten en belastingen.

Een klein voorbeeld:

  • BIN+1202 is een “minimum bedrag bij overlijden”: de activa hebben een zeker rendement en de oorspronkelijke belegging van 100 komt op, zeg maar, 155. Het minimum bedrag bij overlijden is 200: dan voegt deze waarborg 45 toe aan de 155 om die 200 te bereiken.
  • BIN+1203 is een “bijkomend bedrag bij overlijden”: zeg maar 100: De 155 + 100 geven dan 255.
  • Wanneer beide waarborgen aanwezig zijn:
    • BIN+1204 (Bijkomend bedrag eerst toegepast) = Ja: 155 + 100 = 255; het minimum is 200; die 255 > 200; het bedrag bij overlijden blijft dus 255.
    • BIN+1204 (Bijkomend bedrag eerst toegepast) = Neen: 155; het minimum is 200; het bijkomend bedrag is 100; 200 plus 100 geeft 300.

Overzichtstabel van de polistypes, risico-objecten en waarborgen te gebruiken voor de uitwisseling van de gegevens met betrekking tot de Universal Life-verzekeringscontracten (Universal Life)

Universal Life Polistype ROD Hoofdwaarborgen Aanvullende waarborgen  
Verzekering Tak TB2 Verzekering TB2  
Individueel  
Met overlijdenskapitaal = reserve 115 030 1 leven Tak 21 1 ICD+100 (met ATT+A509=21) zonder MOA+026 en
1 ICD+120 met BIN+1208 en MOA+005=0
AVRI, AVRO, AVRH, Afhankelijkheid, AV Familiale, Jongeren bijkomende ICD+135/136/137/139/141, ICD+132/142, ICD+133, ICD+143, ICD+134, ICD+144  
Opties:  
Vast bijkomend overlijdenskapitaal  
Gedurende de hele looptijd van het contract         BIN+1203 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Tijdelijke dekking         Niet gedefinieerd in de norm      
Degressief bijkomend overlijdenskapitaal (bv. om een schuldsaldo terug te betalen bovenop de uitkering van de reserve)  
Gedurende de hele looptijd van het contract         Niet gedefinieerd in de norm      
Tijdelijke dekking         Niet gedefinieerd in de norm      
Minimum overlijdenskapitaal  
Vast bedrag         BIN+1202 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Degressief bedrag (bv. in de plaats van een klassieke schuldsaldoverzekering)         BIN+1205 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Percentage van de reeds gestorte premies         BIN+1206 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Anders berekend         BIN+1207 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Verzekeringsbons (individuele tak 21-levensverzekering met eenmalige premie) 112 030 1 leven Tak 21 1 ICD+150 - -  
Collectief  
Groepsverzekeringen 155 044 1 leven Tak 21 1 ICD+100 (met ATT+A509=21) zonder MOA+026 en
1 ICD+120 met BIN+1208 en MOA+005=0
AVRI, AVRO, AVRH ICD+135/136/137/139/141, ICD+132/142, ICD+133  
Beheer van collectieve pensioenfondsen voor eigen rekening 180 044 1 leven Tak 21 1 ICD+100 (met ATT+A509=21) zonder MOA+026 en
1 ICD+120 met BIN+1208 en MOA+005=0
AVRI, AVRO, AVRH ICD+135/136/137/139/141, ICD+132/142, ICD+133  
Opties:  
Vast bijkomend overlijdenskapitaal  
Gedurende de hele looptijd van het contract         BIN+1203 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Degressief bijkomend overlijdenskapitaal
Gedurende de hele looptijd van het contract         Niet gedefinieerd in de norm      
Minimum overlijdenskapitaal  
Vast bedrag         BIN+1202 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Degressief bedrag         BIN+1205 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Percentage van de reeds gestorte premies         BIN+1206 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Anders berekend         BIN+1207 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Bruidsschatsverzekeringen (met vrije stortingen) 130 030 1 bruidsschat Tak 22 1 ICD+124 met ATT+1014=2 - -  
Geboorteverzekeringen (met vrije stortingen) 130 030 1 geboorte Tak 22 Niet gedefinieerd in de norm - -  

Overzichtstabel van de interpretatie van de indicatoren van overlijdensdekking voor de Universal Life-verzekeringscontracten (Universal Life)  

De Universal Life-verzekeringscontracten waarvoor de indicatoren relevant zijn, zijn identificeerbaar op basis van het polistype (IPD+A502/PolicyProductcode) en de tak (ATT+A509/BranchFsmaCodeCode):

  • 115 (individueel)
  • 155 (groep)
  • 180 (beheer van collectieve pensioenfondsen voor eigen rekening) met ICD+100/GuaranteeLifeInsurance met ATT+A509/BranchFsmaCodeCode=23

 

Indicatoren
(Indien niet gespecificeerd, alle andere=N)
Overlijdenskapitaal (MOA+026/DeathBenefitAmount)
BIN+1208=Y Reserve (MOA+186/ReserveValueAmount) en geen aanvullende overlijdensdekking
BIN+1203=Y Reserve (MOA+186/ReserveValueAmount) + een vast bijkomend overlijdenskapitaal (MOA+191/SupplementalAmountInCaseOfDeathAmount) (voor de hele duur van het contract)
BIN+1202=Y Reserve (MOA+186/ReserveValueAmount) met een minimum overlijdenskapitaal (MOA+238/MinimumAmountInCaseOfDeathAmount)
BIN+1205=Y Reserve (MOA+186/ReserveValueAmount) met een minimum overlijdenskapitaal dat degressief is in de tijd. Dat minimum overlijdenskapitaal wordt niet meegedeeld, maar is geïntegreerd in het MOA+026 (overlijdenskapitaal).
BIN+1206=Y Reserve (MOA+186/ReserveValueAmount) met een minimum overlijdenskapitaal berekend in functie van de gestorte premies. Dat minimum overlijdenskapitaal wordt niet meegedeeld, maar is geïntegreerd in het MOA+026 (overlijdenskapitaal).
BIN+1207=Y Reserve (MOA+186/ReserveValueAmount) met een minimum overlijdenskapitaal dat nog anders berekend is. Dat minimum overlijdenskapitaal wordt niet meegedeeld, maar is geïntegreerd in het MOA+026 (overlijdenskapitaal).

BIN+1203=Y en BIN+1204=N en

BIN+1202=Y of

BIN+1205=Y of

BIN+1206=Y of

BIN+1207=Y

Reserve (MOA+186/ReserveValueAmount) met een minimum overlijdenskapitaal;
het resultaat verhoogd met het bijkomend overlijdenskapitaal (MOA+191/SupplementalAmountInCaseOfDeathAmount), vast voor de hele duur van het contract.
(Anders gezegd: kapitaal bij overlijden = max (reserve ; min. bedrag) + bijkomend bedrag)

Het minimum overlijdenskapitaal is vast en opgenomen in het MOA+238/MinimumAmountInCaseOfDeathAmount.

Het minimum overlijdenskapitaal is degressief en wordt niet meegedeeld.

Het minimum overlijdenskapitaal is functie van de gestorte premies en wordt niet meegedeeld.

Het minimum overlijdenskapitaal is anders berekend en wordt niet meegedeeld.

BIN+1203=Y en BIN+1204=Y en

BIN+1202=Y of

BIN+1205=Y of

BIN+1206=Y of

BIN+1207=Y

Reserve (MOA+186/ReserveValueAmount) + een bijkomend overlijdenskapitaal (MOA+191/SupplementalAmountInCaseOfDeathAmount), vast voor de hele duur van het contract;
het resultaat met een minimum overlijdenskapitaal.
(Anders gezegd: kapitaal bij overlijden = max ( (reserve + bijkomend bedrag) ; min. bedrag) )

Het minimum overlijdenskapitaal is vast en opgenomen in het MOA+238/MinimumAmountInCaseOfDeathAmount.

Het minimum overlijdenskapitaal is degressief en wordt niet meegedeeld.

Het minimum overlijdenskapitaal is functie van de gestorte premies en wordt niet meegedeeld.

Het minimum overlijdenskapitaal is anders berekend en wordt niet meegedeeld.

 

Uit te wisselen berichten bij ontvangst van een vrije storting (gepland of niet):

Zie Broker Business Process 13

In het geval van een vrije storting (gepland of niet) geeft het bericht “vrije storting” (M0122) de nieuwe situatie van het contract. Het bericht “Kwijting” (M0304) detailleert de storting zelf.

N.B.: Het bericht actualisatie van het contract (M0121) is ook een bericht dat de nieuwe situatie van het contract geeft. Maar in het geval van een vrije storting is het wel degelijk de M0122 die moet worden gebruikt. In theorie zou de M0122 door de M0121 kunnen worden vervangen. Maar historisch werd de M0122 gecreëerd opdat de bestemmeling snel zou kunnen detecteren dat een contractupdate een vrije storting betreft, zonder de inhoud van het bericht te moeten parsen. De contractupdate van de M0122 is minder volledig dan die van de M0121.

6. "Unit Linked"-levensverzekeringen:

In de jaren 1993-2003 kwam daar een tak 23 bij: “Levens-, bruidsschats- en geboorteverzekeringen – verbonden met beleggingsfondsen”:
(Het "KB Leven" van 14/11/2003 en zijn artikelen 61-72 is veelzeggend.)

Men spreekt van “Unit Linked”. Net zoals bij de Universal Life-verzekeringen behoort de betaling van de premie tot de vrijheid van de klant, en op actuarieel vlak blijft de sterftetafel eventueel (nog / in bepaalde gevallen) bestaan, maar het effect van de samengestelde intrest wordt vervangen door het potentieel, het risico (in plus of in min) van de belegging.

  • Het eerste betekenisvolle element in die omstandigheden is opnieuw de MOA+186 “waarde van de reserve”;
    • Meegedeeld in het bijvoegsel aan het contract met zijn DTM+008 “aanvangsdatum”;
    • De betaling, door en op initiatief van de klant, gebeurt hoofdzakelijk rechtstreeks aan de verzekeraar.
      Die verzekeraar zal de tussenpersoon hierover informeren via het bericht M0122 “contract – vrije storting”. (Zie ook de BBP #13).
      Opnieuw is de MOA+186 “waarde van de reserve” betekenisvol en te begrijpen in functie van de DTM+149 “datum waardering reserve”.
    • In het geval van geplande vrije stortingen waarvan de planning zou stoppen vóór het einde van het contract, geeft de DTM+028 “datum laatste premie” de datum van die laatste geplande storting. De DTM+028 (Datum laatste premie) wordt dan gebruikt om de datum aan te geven vanaf wanneer er geen vrije storting meer moet worden opgevraagd van het bedrag dat is overeengekomen in de kalender van de geplande stortingen van het contract. (Eens die datum verstreken, blijft de DTM+028 bijgevolg ongewijzigd).
  • De DTM+143 “datum laatste storting” is noodzakelijk aangezien het uitgegeven document een heel recent door de klant betaalde premie zou kunnen kruisen waarmee het document (nog) geen rekening houdt – die DTM+143 helpt een misverstand bij de klant te vermijden.
  • Aangezien het risico op de belegging ten laste van de klant is, is het aangewezen/nodig om het of de financiële instrumenten waarin het geld belegd is te detailleren.
    Daarom omvat zo een waarborg het of de FND+xxx “fondsen”.
    De essentie per fonds is:
    • De RFF+079 “ISIN-code” die het fonds identificeert: het financiële instrument in kwestie;
    • De DTM+141 “datum inventariswaarde”;
    • De MOA+173 “waarde op de inventarisdatum”;
    • De QTY+132 “aantal eenheden”.

De waarborg van het type ICD+100 "Leven" (voorzien van een "formule" IFD+...) zal het of de fondsen groeperen en zo de essentie van het "unit linked"-product voorstellen.

Overlijdenskapitalen:

Het beheer van de overlijdenskapitalen in “Unit Linked” is identiek aan dat in “Universal Life” (Zie de sectie over Universal Life).

Overzichtstabel van de polistypes, risico-objecten en waarborgen te gebruiken voor de uitwisseling van de gegevens met betrekking tot de levensverzekeringscontracten die uitsluitend verbonden zijn met beleggingsfondsen (zuivere Unit Linked) 

Zuiver Unit Linked Polistype ROD Hoofdwaarborgen Aanvullende waarborgen  
Verzekering Tak TB2 Verzekering TB2  
Individueel  
Met overlijdenskapitaal = reserve 120 030 1 leven Tak 23 1 ICD+100 (met ATT+A509=23) zonder MOA+026
1 ICD+120 (zonder ATT+A509) met BIN+1208 en MOA+005=0
Jongeren bijkomende ICD+144  
Opties:  
Vast bijkomend overlijdenskapitaal  
Gedurende de hele looptijd van het contract         BIN+1203 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Tijdelijke dekking         Niet gedefinieerd in de norm      
Degressief bijkomend overlijdenskapitaal (bv. om een schuldsaldo terug te betalen bovenop de uitkering van de reserve)  
Gedurende de hele looptijd van het contract         Niet gedefinieerd in de norm      
Tijdelijke dekking         Niet gedefinieerd in de norm      
Minimum overlijdenskapitaal  
Vast bedrag         BIN+1202 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Degressief bedrag (bv. in de plaats van een klassieke schuldsaldoverzekering)         BIN+1205 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Percentage van de reeds gestorte premies         BIN+1206 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Anders berekend         BIN+1207 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Collectief  
Groepsverzekeringen 170 044 1 leven Tak 23 1 ICD+100 (met ATT+A509=23) zonder MOA+026
1 ICD+120 (zonder ATT+A509) met BIN+1208 en MOA+005=0
- -  
Beheer van collectieve pensioenfondsen voor eigen rekening 180 044 1 leven Tak 23 1 ICD+100 (met ATT+A509=23) zonder MOA+026 en
1 ICD+120 met BIN+1208 en MOA+005=0
- -  
Opties:  
Vast bijkomend overlijdenskapitaal  
Gedurende de hele looptijd van het contract         BIN+1203 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Degressief bijkomend overlijdenskapitaal
Gedurende de hele looptijd van het contract         Niet gedefinieerd in de norm      
Minimum overlijdenskapitaal  
Vast bedrag         BIN+1202 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Degressief bedrag         BIN+1205 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Percentage van de reeds gestorte premies         BIN+1206 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Anders berekend         BIN+1207 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Bruidsschatsverzekeringen (met vrije stortingen) 120 030 1 bruidsschat Tak 23 1 ICD+124 met ATT+1014=2 - -  
Geboorteverzekeringen (met vrije stortingen) 120 030 1 geboorte Tak 23 Niet gedefinieerd in de norm - -  

De “Unit Linked”-levensverzekeringscontracten waarvoor de indicatoren relevant zijn, zijn identificeerbaar op basis van het polistype (IPD+A502/PolicyProductcode) en de tak (ATT+A509/BranchFsmaCodeCode):

  • 120 (individueel)
  • 170 (groep)
  • 180 (beheer van collectieve pensioenfondsen voor eigen rekening) met ICD+100/GuaranteeLifeInsurance met ATT+A509/BranchFsmaCodeCode=23

Tabel identiek aan die hierboven voor Universal Life (Zie de sectie over Universal Life).

Uit te wisselen berichten bij ontvangst van een vrije storting (gepland of niet):

Uit te wisselen berichten bij een fondsenarbitrage:

  • Een door de klant gevraagde fondsenarbitrage vereist doorgaans een bijvoegsel. Het is dan ook een M0104MOD die naar de tussenpersoon wordt gestuurd.
  • Een automatische fondsenarbitrage vereist doorgaans geen bijvoegsel, aangezien het om een eenvoudige uitvoering van het contract gaat. Ze vereist daarentegen wel een update van het contract. Het is dan ook een M0121 die naar de tussenpersoon wordt gestuurd.

De makelaarsfederaties zijn eerder voorstander van het bijvoegsel om de klant beter te informeren.

Bij een fondsenarbitrage mag geen M0122 worden verstuurd.

7. Zogenaamde “tak 44”-verzekeringen :

Tak 44 bestaat niet op wettelijk vlak. Het gaat om een commerciële benaming die verwijst naar de verzekeringscontracten waarvan de premies belegd kunnen worden in tak 21 en/of tak 23 (21 + 23 = 44).

Juridisch gezien gaat het dus om beleggingsverzekeringen. (Nieuwe wet betreffende de verzekeringen, Art. 5, 16° /3))

De fundamentele betekenis van zo een “tak 44” is dat ze de waarborg (/de belegging) met gewaarborgde rentevoet (behorend tot tak 21) combineert met (de waarborg/) de belegging waarvan het financiële risico bij de klant ligt (tak 23).

Onze structuren laten toe dit soort combinaties van meerdere waarborgen onder eenzelfde contract voor te stellen.
Een zogenaamd “tak 44”-contract bevat dan (minstens) één waarborg van tak 21 die uitsluitend de beleggingen in tak 21 bevat en (minstens) één van tak 23 die uitsluitend de beleggingen in tak 23 bevat.

De keuzes die de klant heeft wat betreft de verdeling van zijn belegging over die elementen van tak 21 en 23 gaan van 0/100% tot 100/0%, en elke variatie tussen die twee uitersten maakt dat het ene of het andere element op een bepaald ogenblik "leeg" kan zijn. In dat geval (op dat ogenblik) blijft dat contract wel degelijk een zogenaamd “tak 44”-contract.
Zolang onze berichten een zicht bieden op het geheel van het contract, is er geen probleem.

Zodra onze berichten enkel de gewijzigde elementen meedelen, kan dit problematisch zijn.

Overlijdenskapitalen:

Het beheer van de overlijdenskapitalen voor de zogenaamde “tak 44”-contracten is identiek aan dat in “Universal Life” en “Unit Linked” (Zie de sectie over Universal Life).

Overzichtstabel van de polistypes, risico-objecten en waarborgen te gebruiken voor de uitwisseling van de gegevens met betrekking tot de zogenaamde “tak 44”-levensverzekeringscontracten 

 

"Tak 44" Polistype ROD Hoofdwaarborgen Aanvullende waarborgen  
Verzekering Tak TB2 Verzekering TB2  
Individueel  
Met overlijdenskapitaal = reserve 140 030 1 leven voor tak 21 en
1 leven voor tak 23
Tak 21
Tak 23
1 ICD+100 (met ATT+A509=21) zonder MOA+026
1 ICD+100 (met ATT+A509=23) zonder MOA+026
1 ICD+120 (zonder ATT+A509) met BIN+1208 en MOA+005=0
AVRI, AVRO, AVRH, Afhankelijkheid, AV Familiale, Jongeren bijkomende ICD+135/136/137/139/141, ICD+132/142, ICD+133, ICD+143, ICD+134, ICD+144  
Opties:  
Vast bijkomend overlijdenskapitaal  
Gedurende de hele looptijd van het contract         BIN+1203 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Tijdelijke dekking         Niet gedefinieerd in de norm      
Degressief bijkomend overlijdenskapitaal (bv. om een schuldsaldo terug te betalen bovenop de uitkering van de reserve)  
Gedurende de hele looptijd van het contract         Niet gedefinieerd in de norm      
Tijdelijke dekking         Niet gedefinieerd in de norm      
Minimum overlijdenskapitaal  
Vast bedrag         BIN+1202 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Degressief bedrag (bv. in de plaats van een klassieke schuldsaldoverzekering)         BIN+1205 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Percentage van de reeds gestorte premies         BIN+1206 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Anders berekend         BIN+1207 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Collectief  
Groepsverzekeringen 190 044 1 leven voor tak 21 en
1 leven voor tak 23
Tak 21
Tak 23
1 ICD+100 (met ATT+A509=21) zonder MOA+026
1 ICD+100 (met ATT+A509=23) zonder MOA+026
1 ICD+120 (zonder ATT+A509) met BIN+1208 en MOA+005=0
AVRI, AVRO, AVRH ICD+135/136/137/139/141, ICD+132/142, ICD+133  
Beheer van collectieve pensioenfondsen voor eigen rekening 180 044 1 leven voor tak 21 en
1 leven voor tak 23
Tak 21
Tak 23
1 ICD+100 (met ATT+A509=21) zonder MOA+026
1 ICD+100 (met ATT+A509=23) zonder MOA+026
1 ICD+120 (zonder ATT+A509) met BIN+1208 en MOA+005=0
AVRI, AVRO, AVRH ICD+135/136/137/139/141, ICD+132/142, ICD+133  
Opties:  
Vast bijkomend overlijdenskapitaal  
Gedurende de hele looptijd van het contract         BIN+1203 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Degressief bijkomend overlijdenskapitaal
Gedurende de hele looptijd van het contract         Niet gedefinieerd in de norm      
Minimum overlijdenskapitaal  
Vast bedrag         BIN+1202 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Degressief bedrag         BIN+1205 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Percentage van de reeds gestorte premies         BIN+1206 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      
Anders berekend         BIN+1207 in plaats van BIN+1208 in ICD+120      

De zogenaamde “tak 44”-levensverzekeringscontracten waarvoor de indicatoren relevant zijn, zijn identificeerbaar op basis van het polistype (IPD+A502/PolicyProductcode):

  • 140 (individueel)
  • 190 (groep)

Tabel identiek aan die hierboven voor Universal Life (Zie de sectie over Universal Life).

Uit te wisselen berichten bij ontvangst van een vrije storting (gepland of niet):

Uit te wisselen berichten bij een fondsenarbitrage:

8. Andere takken:

NBB:

B24. de in Ierland en het Verenigd Koninkrijk bestaande soort ziekteverzekering van lange duur zonder opzeggingsmogelijkheid ("permanent health insurance not subject to cancellation").

Worden respectievelijk ingedeeld in de takken 25, 26, 27 en 28, de volgende verrichtingen wanneer zij voortvloeien uit een overeenkomst en voor zover zij onderworpen zijn aan het toezicht van de autoriteiten belast met het toezicht op de private verzekeringen:

B25. de tontineverrichtingen, namelijk de verrichtingen waarbij verenigingen van deelnemers worden opgericht om hun bijdragen gezamenlijk te kapitaliseren en het aldus gevormde vermogen vervolgens te verdelen hetzij onder de overlevenden, hetzij onder de rechthebbenden van de overledenen.

B26. de kapitalisatieverrichtingen gebaseerd op een actuariële techniek, waarbij tegen vooraf vastgestelde eenmalige of periodieke stortingen verplichtingen worden aangegaan die bepaald zijn naar duur en bedrag.

B27. de verrichtingen van beheer van collectieve pensioenfondsen, die omvatten:

  1. het beheer van de beleggingen en met name van de activa die de reserves vertegenwoordigen van de instellingen die uitkeringen verstrekken bij overlijden, bij leven of bij beëindiging of vermindering van de werkzaamheden,
  2. de onder a) bedoelde verrichtingen wanneer daaraan een verzekeringsgarantie verbonden is die betrekking heeft hetzij op het behoud van het kapitaal, hetzij op de betaling van een minimumrente;

B28. de verrichtingen van levensverzekeringsondernemingen zoals bedoeld in de Franse "Code des assurances", boek IV, titel 4, hoofdstuk 1.

Worden ingedeeld in tak 29:

  • de verrichtingen die afhankelijk zijn van de menselijke levensduur, zoals omschreven of voorzien in de wetgeving op de sociale verzekeringen, voor zover zij, in overeenstemming met de wetgeving van een lidstaat, door levensverzekeringsondernemingen en voor hun eigen risico worden verricht of beheerd.

  • NBB, “Indeling van de risico's per groep van activiteit en per tak”, www.nbb.be/nl/financieel-toezicht/prudentieel-toezicht/toezichtsdomeinen/verzekerings-en-19 geraadpleegd op 1 april 2025.

Hoewel ze voorkomen in de indeling van de risico's per groep van activiteiten en per tak in bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen, zijn de verrichtingen van de takken 25, 26 en 27 geen verzekeringsproducten, maar worden ze wel door verzekeringsondernemingen uitgeoefend. (KB Leven, Art. 2).

Voor de verrichtingen van tak 26 wordt de “verzekeringnemer” (PTY+003) begrepen als “nemer van de kapitalisatieverrichting”.

Overzichtstabel van de polistypes, risico-objecten en waarborgen te gebruiken voor de uitwisseling van de gegevens met betrekking tot de contracten van de takken 24, 25, 26, 27, 28 en 29 

  Polistype ROD Hoofdwaarborgen Aanvullende waarborgen  
Verzekering Tak TB2 Verzekering TB2  
"Permanent health insurance" 130 030   Tak 24 Niet gedefinieerd in de norm Niet gedefinieerd in de norm    
Tontineverrichtingen  
Zonder tegenverzekering (al dan niet verbonden met beleggingsfondsen) 130 044 1 tontine Tak 25 1 ICD+100 met ATT+A509=25
(de ATT+1014 zou kunnen worden gebruikt om aan te geven of het al dan niet verbonden is met beleggingsfondsen)
- -  
Met tegenverzekering 130 044 1 tontine Tak 25 1 ICD+100 met BIN+1206, MOA+026 en ATT+A509=25 - -  
Zuivere kapitalisatieverrichtingen 130 180 1 kapitalisatie Tak 26 1 ICD+100 met BIN+1206 en MOA+026 (en ATT+A509=26) - -  
Collectieve pensioenfondsen voor rekening van derden (met overlijdenskapitaal = reserve) 130 044 1 leven Tak 27 1 ICD+100 met ATT+A509=27 (niet verbonden met beleggingsfondsen)
1 ICD+100 met ATT+A509=27 (verbonden met beleggingsfondsen)
(de ATT+1014 zou kunnen worden gebruikt om aan te geven of het al dan niet verbonden is met beleggingsfondsen)
1 ICD+120 (zonder ATT+A509) met BIN+1208 en MOA+005=0
AVRI, AVRO, AVRH ICD+135/136/137/139/141, ICD+132/142, ICD+133  
Tak 28 130 044 1 leven Tak 28 Niet gedefinieerd in de norm Niet gedefinieerd in de norm    
Tak 29 130 030   Tak 29 Niet gedefinieerd in de norm Niet gedefinieerd in de norm    

9. De prognoses:

Commercieel:

De verzekeraar die een offerte uitbrengt in tak 23 is wettelijk verplicht 3 prognoses te geven:

  • een voorzichtige (MOA+218 "Voorzichtige prognose eindkapitaal"),
  • een normale (MOA+219 "Normale prognose eindkapitaal") en
  • een optimistische (MOA+220 "Optimistische prognose eindkapitaal").

De verzekeraar interpreteert de wetgeving naar eigen goeddunken en past de rentevoeten toe volgens zijn eigen visie op de financiële markt.

De klant wil nadien, tijdens de beheerfase, een continue update van die drie prognoses ontvangen, aangezien ze variëren in functie van de gestorte premies, de aanpassing van de rentevoeten, de aanpassing van de kosten, de aanpassing van de marktvisie en andere.

Het geheel varieert dus van dag tot dag.

De bedoeling is dat de verzekeraar tijdens het beheer van het contract op elk ogenblik die drie prognoses van het totale eindkapitaal kan geven, en dat zo realistisch mogelijk.

In tak 21 wordt een prognose gemaakt zonder WD (winstdeelname), en ook prognoses met WD.

  • Op vandaag is er een akkoord dat de voorzichtige prognose (MOA+218) overeenkomt met het kapitaal zonder WD.
  • Als normale prognose (MOA+219) delen zij het kapitaal met WD mee.
  • Als optimistische prognose (MOA+220) delen zij het kapitaal mee met een WD volgens hun eigen inschattingen.

In de contracten die tak 21 en tak 23 combineren wordt het een mix van beide redeneringen.

Alles is te begrijpen op de datum (DTM+151 "datum prognoses").

Fiscaal:

De verzekeraar die de 80%-regel toepast en het attest aflevert voor de fiscale aftrek in de vennootschapsbelasting, doet dat niet op basis van “commerciële” prognoses maar wel op basis van “fiscale” prognoses.

In tak 21 is het vrij eenvoudig:

  • De fiscale premievrije eindwaarde (MOA+221) en
  • de fiscale premiebetalende eindwaarde (MOA+222)

in het kader van de 80%-regel, komen overeen met de premievrije eindwaarde en met de premiebetalende eindwaarde, beide zonder WD (winstdeelname) en waarbij een gewaarborgde rentevoet wordt toegepast.
Voor de contracten met 0% gewaarborgde rentevoet wordt een fictieve “fiscaal aanvaardbare” rentevoet gebruikt. Die varieert volgens de economische vooruitzichten.

In tak 23 passen de verzekeraars andere regels toe (aangezien zij de wetgeving individueel interpreteren), maar doorgaans wordt de huidige reserve in aanmerking genomen (die varieert in functie van de beurskoersen) en wordt het geheel onderworpen aan eenzelfde “fiscaal aanvaardbare” rentevoet.

Deze beide MOA zijn te begrijpen op de datum (DTM+172 "berekeningsdatum fiscaal eindkapitaal").

Referenties

Publicatiedatum : 

Contact